Stop

Ik stop met bloggen.
Willen jullie me in de toekomst blijven volgen, mail me dan, dan krijg je t.z.t. een mail met mijn nieuwe blog.
Dus geldt dus ook alle nieuwe volgers van de laatste tijd. Zitten jullie te wachten op nieuwe berichten, ben ik plots weg. Dat kan natuurlijk niet. 馃槈

Dochters van moeders

Vrouwen. Dochters van moeders.
Moeders. Zelf dochters van moeders.
Moeders van moeders die zelf dochters kregen.

Moeders dragen hun kinderen onder hun hart. Het hart dat symbool staat voor liefde. Voor geven. Voor onbaatzuchtigheid. Voor alles wat goed en puur is.

Ik kom met veel vrouwen in aanraking. En het valt me de laatste jaren op dat er zoveel dochters zijn die een groot stuk pijn meedragen door dat wat hun moeder tegen ze heeft gezegd of heeft behandeld. Al dan niet uitgesproken. Boodschappen kunnen namelijk ook heel goed non-verbaal doorgegeven worden en juist vrouwen pikken dit haarscherp op. Een blik die meer zegt dan woorden. Een zucht als teken van teleurstelling van de moeder richting de dochter. Woorden als; ‘Nee, ik wil haar niet aan de telefoon,’ als de dochter belt. Zich verbazen over de liefde van een man voor hun dochter omdat ‘je in de puberteit zo’n kreng was’.
Hoe is het toch mogelijk dat moeders zo’n pijn kunnen veroorzaken, uitgerekend bij hun dochters?
En de dochter? Ze geeft. En geeft. En geeft.聽Omdat dochters juist van de ouder met dezelfde sekse bevestiging nodig heeft voor haar identiteit en wil horen dat haar moeder van haar houdt. Altijd. Ondanks alles. Hoe oud ze ook is.

Ik weet inmiddels wel hoe het komt waardoor moeders zich zo gedragen. Dit gaat vaak over hun eigen pijn en behoeftes die in het verleden niet vervuld zijn. En via de dochter willen ze (onbewust!) alsnog de bevestiging, aandacht of wat dan ook ontvangen die hun eigen moeder ze niet kon geven. Is dit eerlijk? Nee, natuurlijk niet. Maar dit is wel hoe dit soort processen in elkaar zitten.

Maar wat zie ik ook? Ik zie de laatste jaren een golfbeweging op gang komen van de dochters. Dochters die de pijn en de gevolgen van afwijzing van hun moeders ten diepste ervaren en dit niet langer weg willen stoppen. Dochters die ernaar snakken om werkelijk gezien te worden zoals ze zijn: uniek en mooi. Deze dochters zoeken steun bij andere dochters.
En kijk! De dochters van nu leren praten over hun moeders en onbewuste processen die in de generaties vergroeid zijn. En op deze manier zijn ze baanbrekend bezig. Ze troosten elkaar. Bemoedigen waar nodig. Zien elkaars talenten. Slaan armen om elkaar heen. Bieden schouders voor steun. En zakdoeken voor de tranen.
Door te praten kan de pijn uitgesproken worden en alleen dan kan er ruimte komen om te helen. Om de wonden in haar hart lucht te geven, liefde te geven om te genezen.
En wanneer deze wonden de kans krijgen om te genezen, hoeven deze dochters hun verlangen en bevestiging niet langer te projecteren op hun eigen dochters.

Dochters van moeders, soms moet je jezelf聽geven wat je moeder je niet kon geven. Omdat je het waard bent.

 

Welke taal spreek je?

Ik kom er door mijn werk steeds meer achter dat je als mens een andere taal kunt spreken dan je buurman, collega, kennissen en passanten.
We (ik ooit ook) hebben vaak een mening als iemand een grote mond opzet, agressief is en buiten de lijntjes loopt die we hebben uitgetekend.
Maar jeetje zeg, er is vaak een hele goede reden waarom iemand zo handelt, praat en doet. Je zult maar een jeugd hebben gehad waarin je ouderlijk huis niet die veilige haven was waar je kind kon zijn en onbezorgd kon opgroeien. In plaats van te kunnen spelen en ontdekken moest je zo jong als je was, ervoor zorgen dat je je eigen veiligheid cre毛erde. En toen bleek dat er mensen waren die over de grenzen van je lijf gingen, je geen liefde gaven, je niet leerde hoe te kunnen leven, beschadigde er iets blijvends in je leven. Maar omdat je letterlijk d贸贸r moet met leven en niemand je vertelde h贸e, probeerde聽je dat op een zo goed mogelijke manier die je als kind binnen bereik had, te doen.
En wanneer er geen veilige personen om je heen zijn van wie je de taal van het leven kunt leren spreken, ontwikkel je je eigen taal. De taal van overleven. En die taal is anders dan de taal die degenen spreken die in veiligheid zijn opgegroeid en wel positieve aandacht en liefde hebben gekregen.

Een poosje terug, zakte dit besef bij me naar binnen na een bijzonder mooi gesprek. Ik voelde me zo rijk maar vooral blij voor die persoon die heel voorzichtig kon uitleggen welke taal z/hij spreekt. En door te luisteren, te kijken, zaken voorzichtig te benoemen, vragen te stellen, nooit oordelen, begrijp ik steeds meer waarom z/hij deze taal spreekt en vooral waar贸m. En raad eens: ik kan het ze niet eens kwalijk nemen.
Wat voel ik me nederig als iemand me durft uit te leggen hoe dingen gegroeid zijn zoals ze zijn en ze me op die manier toegang geven tot hun ‘taal’. Wat een rijkdom in mijn werk wanneer ik ontdek dat ik hun taal leer begrijpen!
En wat is het mooi dat ze ontdekken dat er聽ook voor hen, een andere taal te leren is zodat het leven leven mag worden, in plaats van overleven.

 

7 Jaar

Soms hoor en leer ik dingen waarbij ik merk dat ik die kennis ook weer op andere gebieden toe kan passen. Zo hoorde ik vorige week op een symposium die over seksueel misbruik handelde dat het 7 jaar duurt voordat iedere cel in je lichaam zich vernieuwd heeft.
Diepe emoties kunnen je tot in het diepst van je ziel raken en ik geloof echt dat de energie van die emoties zich in iedere cel van je lichaam kunnen vasthechten. Dat betekent dan dat bij heftige dingen die er in je leven gebeurd zijn of je overkomen het niet zo vreemd is dat het jaren kan duren voordat je lijf weer wat tot rust is gekomen. En daarmee wil ik niet zeggen dat bij een slachtoffer van misbruik na 7 jaar alle problemen opgelost zijn, want vaak begint het dan pas.

Afgelopen zomer was het 7 jaar geleden dat m’n vader overleed. Dit jaar was ik voor het eerst niet totaal uit m’n doen in de weken voor zijn sterfdatum en op zijn sterfdatum zelf. De jaren ervoor was dit wel het geval: halverwege juni overviel me een vaag gevoel van ongrijpbare onrust die dan tegen de tijd dat het 1 juli was z’n top bereikte en iedere vezel in m’n lijf de pijn en het verdriet van die dag in 2008 weer voelde. Dit jaar was ik een beetje verbaasd dat het voor mijn gevoel zo reuze meeviel. Leek het er dan werkelijk op dat het zou gaan wennen?
Gisteren viel plots het kwartje: in die 7 jaar heeft iedere cel zich in m’n lichaam kunnen vernieuwen en kan ik oprecht zeggen: het went dus.

Maar goed. Inmiddels komt sinds een week die vage onrust en het zoeken naar iets wat er niet meer is, weer als opkomende vloed over me heen. De 1e sterfdag van m’n moeder nadert. Gisteren was het een jaar geleden dat ik voor het laatst bij haar was. Net voor de grote operatie van onze dochter waardoor ik daarna ook niet meer kon gaan.
De komende weken, als iedereen uitkijkt naar 5 december, wandel ik op die dag af als de dag waarop we afscheid namen van m’n moeder. En als ik diep van binnen woorden geef aan wat ik werkelijk voel, stromen de tranen nog harder dan toen die dag. Ook omdat ik weet hoe heftig rouw kan zijn en ik er (als ik soms eerlijk ben) er niet op zit te wachten om me weer zo diep verdrietig te voelen. (Leerpuntje: lief(ver) voor mezelf zijn deze weken.)
Ik besef dat er nog zoveel cellen in m’n lichaam zijn die dat verdriet nog in zich meedragen en dat ik mezelf tekort zou doen als ik er nu al ‘overheen’ zou moeten zijn. Het lichaam slaat herinneringen op. Ook deze herinneringen. En dan kan ik hulpverlener zijn of niet: zo werkt het nu eenmaal. Ook bij mij. Ook in mij.

Ik rouw. En op dit moment wandel ik voor het eerst naar de 1e sterfdag van m’n moeder.
Met alles wat erbij hoort.

Iets over hebben voor een ander…

Wanneer iemand me tot, pak ‘m beet, een jaar of 4 terug vroeg of ik iets wilde doen dan rende ik al voor die persoon, of dat project. Zelfs als ik iets moest doen waar ik een gruwelijke hekel aan heb, dan schakelde ik dat uit en deed het, voor die ander die het kennelijk nodig had. Het ‘iets voor een ander over hebben’ is er zo ongeveer met de paplepel ingegoten bij me. Misschien lag het aan de tijd waarin ik opgroeide, maar ook de manier waarop ik zelf in elkaar stak, droeg hier aan bij.

Ik leerde de afgelopen jaren dat ik hierdoor mezelf en mijn eigen behoeftes totaal negeerde. Het was nogal een ontdekking te leren dat ik mijn eigen behoeftes ook serieus mocht nemen. M贸est nemen zelfs, wilde ik niet nog eens in een burnout terecht komen.
En zo leerde ik op een soms pijnlijke manier dat grenzen stellen voor mij uiterst nuttig en noodzakelijk bleek te zijn. Ik werd er meer ‘mij’ door. Ik leerde om niet meer direct ‘Ja!’ te roepen als me iets gevraagd werd, en dat ‘Ik denk er even over’, ook heel goed werkt. Ik leerde, misschien wel voor het eerst, mezelf aandacht te geven en te luisteren naar m’n hart in wat ik nodig heb. Nog steeds vind ik dat een lastig dingetje, zeg maar. Maar ik ga langzaam maar zeker vooruit en zolang ik niet achteruit ga en deze nieuw verworven wijsheid uit handen geef, ga ik de goede kant op. Dit proces zorgde er voor dat mijn schuldgevoel weer zo heerlijk om de hoek kwam kijken. Ik zag het priemende vingertje eerder dan dat ik het hoorde.. Inmiddels ben ik er aardig handig in geworden die innerlijke criticus het zwijgen op te leggen. Ik weet waar het vandaan komt en ik weet dat ik niet ben wat ik denk.

En toen leerde ik dat ‘iets over hebben voor een ander’ alleen maar kan als je zelf genoeg hebt. Wanneer je jezelf genoeg gegeven hebt. Lees het maar goed: Iets 贸ver hebben voor een ander..
Je kunt alleen maar geven aan een ander – als je iets over hebt.
Je kunt niet geven als je zelf niet genoeg hebt en je jezelf verliest in het alleen maar geven aan iedereen en alles om je heen. Dat gaat ten koste van jou, dat mooie mens die jij bent.

Dus.
Wat gaan we doen vanaf vandaag…?

Bemoei je met je eigen tuin!

Een Arabisch spreekwoord luidt: ‘Geef een dwaas duizend talenten, en toch wil hij alleen het jouwe.’ We gaan aan de slag in de tuin van ons leven en als we opzij kijken zien we dat onze buurman (buurvrouw) daar staat en ons gadeslaat. Hij is zelf tot niets in staat, maar geeft maar al te graag zijn mening over hoe wij onze daden zaaien, wij onze gedachten planten en onze veroveringen water geven.
Luisteren we naar wat hij te melden heeft, dan staan we straks voor hem te werken, en wordt de tuin van ons leven een tuin naar zijn idee. We vergeten dan dat de grond is bewerkt met zoveel zweet en vruchtbaar gemaakt met zoveel zegeningen. We vergeten dan dat iedere centimeter aarde zijn mysteries heeft die slechts ontraadseld kunnen worden door de geduldige hand van de tuinman. We hebben geen aandacht meer voor de zon, de regen en de seizoenen, alleen maar voor dat hoofd dat ons over de schutting gadeslaat.
De dwaas die zo dolgraag zijn menig geeft over onze tuin, vergeet zijn eigen planten.

(Uit: Als een rivier – Paulo Coelho)聽