Hou eens op met je ‘sorry’!

safe_image
Ik las bovenstaande laatst op social media en vond het een eye opener.
Hoe vaak zeggen we niet ‘sorry’? Ik herken het dat er  momenten zijn dat ik mezelf voortdurend loop te verontschuldigen. Vrijdag hoorde ik mezelf nog tegen een vriendin die ik 7 jaar niet gezien had zeggen toen ik haar ons huis liet zien: ‘Let niet op de rommel hoor!’

We zeggen sorry als we te laat zijn (dat ben ik nooit dus ik zeg altijd ‘sorry dat ik zo vroeg ben’), sorry als we het gevoel hebben dat we lopen te klagen of een ander opzadelen met ons verhaal wat nou eenmaal niet altijd vrolijk en leuk kan zijn.
Ik riep vorige week nog sorry toen de stamppot andijvie werkelijk niet te duwen was maar man en dochter het tóch opaten (bij gebrek aan vervanging). Ik roep sorry als ik aan een huisgenoot vraag of ze even met de hond willen lopen omdat het mij op dat moment even niet lukt.
Ik riep sorry toen ik laatst bij mijn vriendin zat te huilen toen ze me counselde op 2 tekeningen die ik had gemaakt maar die me niet helder waren en dat, samen met haar, wel werden.
Maar omdat ik haar net daarvoor had verteld dat ik bovenstaande wijsheid zo mooi vond, zei ik tegen haar: ‘Oh nee, geen sorry. Dank je wel dat je me de ruimte en veiligheid bied dat ik hier mijn tranen mag plengen.’

Het is serieus mijn wens om voortaan eens wat minder sorry te zeggen. Het is met al dat ge-sorry ook net of er constant een deel van mezelf niet mag zijn. Het deel van ‘ik ben nou eenmaal niet altijd zo vrolijk’ of ‘dat wat je zegt ontroert me’ of ‘ik ben niet perfect maar de maatschappij wil dat we dat juist wél allemaal zijn’.

Want wat is het fijn dat er op precies het goede moment een vriendin in de buurt is waar ik mezelf mag zijn en dat wat me ontroert er in de veiligheid van onze vriendschap getoond mag worden. Wat is daar nou voor ‘sorry’ aan? Niets toch?
Wat is het ontzettend lief dat man en dochter die stamppot andijvie opaten. Mijn huis is daarin dus veilig genoeg dat ik ook m’n sporadisch mislukte maaltijd mag opdienen omdat het niet altijd perfect kan zijn.
En wat een mooi signaal gaf ik (zie ik nu achteraf) aan mijn vriendin dat ik haar mijn niet perfecte opgeruimde huis liet zien, maar gewoon mijn huis hoe het er uit ziet als er in geleefd wordt.

Ik pleit ervoor dat we met elkaar minder sorry gaan zeggen. Laten we al die sorry’s de komende tijd omdraaien naar positieve woorden. Er gebeurt dan iets bij de ander maar er gebeurt dan ook zeker iets diep in jezelf, waar nog altijd je kwetsbare kleine kind woont.

En dus zeg ik dan ook geen sorry voor het onsamenhangende blogje van gisteren maar: ‘Dank je wel dat je er de tijd voor genomen hebt om het te lezen, dit de enige woorden waren die ik op dat moment had en ik ze in een stukje kwetsbaarheid gewoon mag delen.’

Zo gaan die dingen

Het overviel met totaal onverwacht toen we vrijdag de 13de in Zwitserland in de trein zaten naar Interlaken. Schuin tegenover me, aan de andere kant van het gangpad, zat een vrouw van in de zeventig. Ik keek naar haar en realiseerde me dat ze enorm veel op m’n moeder leek. Een beetje zout en peperkleurig haar, een bril, niet zo groot gebouwd en een paar rimpels op de goede plekken. Net als m’n moeder had ze en kort pittig modelletje in haar haar en boven op haar hoofd wat rommelig.

En terwijl ik die gegevens in me op zat te nemen, werd ik overspoeld door een golf van heimwee. Heimwee naar het verleden. Heimwee naar alles wat er was maar nooit meer onderdeel van mijn leven is en zal zijn. Heimwee omdat m’n ouders altijd zo vanzelfsprekend aanwezig waren in m’n leven. Zo’n bitterzoet gevoel van iets wat ik nog zo graag even vast zou willen houden.

De rest van het weekend ging het prima hoor. Het is niet zo dat ik in die trein dacht: ‘Ik druk dit gevoel weg want we zijn hier ten slotte om plezier te maken en te genieten van de prijs die we gewonnen hebben.’ Ik keek er even naar, voelde wat de herkenning van iemand met me deed en liet de heimwee en de steek van pijn er zijn. Op die manier vloeit het op een natuurlijke wijze door het proces van rouw heen en kan ik weer verder.
Zelfs in het gruwelijk koude Zwitserland.

Het weer was er helaas zo slecht dat we uiteindelijk de afdaling van de Lauberhornrennen niet gezien hebben omdat ie afgelast was. Je gaat tenslotte ook geen 140 rijden in je auto met slechts 20 meter zicht. En op de top van de ijskoude Jungfrau was het mistig. Zo mistig dat we ook daar niets gezien hebben. En het was koud. Zo koud dat ik er een muts voor op m’n hoofd moest zetten. Oftewel: het prijsje-reisje van de sneuerikken. 😉

Over wat?

Ik vind het maar lastig hoor, die overgang. Omdat ik 4 weken terug (voor het eerst sinds m’n spiraaltje eruit is) weer ongesteld werd, houd ik nu met alles rekening hè? Ik laat me niet weer overvallen door een bloedbad. Maar morgen vertrekken M en ik naar Zwitserland voor 4 dagen. We hebben een prijs gewonnen en het is de bedoeling dat we daar eens even goed gaan genieten van de sneeuw en bergen en het programma wat er voorbereid is.
Ik merk dat ik enorm gespannen ben want wát als ik morgen ongesteld word en in staat ben om de top van de Jungfrau binnen 3 uur rood te kleuren?
Voor ’t zelfde geld was het 4 weken terug m’n laatste menstruatie, maar ja, dat weet je niet hè?  Ondertussen probeer ik me te herinneren hoeveel tijd er 10 jaar terug tussen mijn periodes zat. Dat was meestal 24 dagen. Nou! Dát zou dan weer betekenen dat ik niet ongesteld wordt deze maand! Maar met een lijf in de overgang weet je het maar nooit, dus die optie zou te mooi zijn en daar kan ik niet vanuit gaan. Ik ben dus druk met het kijken hoeveel verband en spul er in mijn tas kan. Of, met andere woorden: stress!

Ik erger me aan de troep in huis en flikkerde net al 2 tassen het zolderraam uit die me in de weg lagen. Dan vraag ik me af: erger ik me nu omdat ik ongesteld moet worden (nou ja, ‘moet’, ik dénk het) of is het gewoon een stress momentje die niets met mijn hormonen te maken hebben? Ik weet het niet.
Ook zoiets: ik moet m’n koffer inpakken. Daar moest iets in wat beneden lag. Kom ik beneden, denk ik: ‘Eerst koffie’. Tegen de tijd dat de koffie op was, was ik alweer vergeten wat ik beneden deed en liep met m’n LEGE  koffiekopje de trap op naar boven! Scheldend weer omgekeerd en naar beneden om met het goede voorwerp weer naar boven te lopen. Ik zette net de strijkbout aan en omdat ie warm moet worden loop ik even naar m’n laptop. Kom ik er achter dat ik dit blog zit te typen terwijl m’n strijkbout al een half uur aan staat! Ik word gek van mezelf. Zo ken ik mezelf helemaal niet! Het is dat m’n hoofd nog op m’n romp zit want werkelijk, ik was ‘m echt ergens kwijt geraakt onderweg.

Ondertussen is m’n koffer nog half leeg en vraag ik me af wat er allemaal nog bij moet. Ik gooi er gewoon m’n halve kledingkast is want ik hoorde net dat ik 23 kilo mee mag nemen. Dat is dus 10 kilo verband en tampons en de rest kleding en toilet artikelen. Voila!

En nu ga ik strijken want m’n bout staat nog steeds aan…..

Daar gaan we weer.

Goed.
Enfin.
Na een dag waar geen eind aan leek te komen omdat ik de nacht ervoor zó slecht geslapen had, sloeg de klok dan toch uiteindelijk 12 en sprong ik op om de man en dochter een gelukkig nieuwjaar te wensen. Vort met de geit, hoe eerder ik een verdieping hoger horizontaal kon, hoe beter het was. Om half 1 ging Hugo op z’n rug op de bank liggen (echt de schaamte voorbij, poten wijd zodat ie in volle glorie te aanschouwen is) en dat was voor mij het teken om het echt voor gezien te houden. 10 Minuten later lag ik plat.

Ik vind het nogal een beladen moment hoor, die nieuwjaarswensen. Iedereen kakelt me nét iets te luchtig: ‘Gelukkig nieuwjaar!, of iets wat er op lijkt’ terwijl je maar moet raden of dat jaar wat er voor je ligt wel zo gelukkig wordt. Wat zou het heerlijk zijn als iedereen tegen me zou zeggen: ‘Een saai jaar gewenst!’. Want geluk is zwaar overschat en 2016 vond ik persoonlijk een retezwaar jaar. Héél zwaar zelfs. Zo zwaar dat ik blij ben dat het voorbij is. Maar ja, ik heb natuurlijk geen idee wat er, zeg maar, volgende week weer voor shit kan langskomen. Wie weet denk ik dan: ‘2016 was zo slecht nog niet..’

Voor mij dus geen ‘Joehoe gelukkig nieuwjaahaaaar!’-s wensen.
Ik wens voor mezelf en iedereen om me heen dat we dit jaar de kracht mogen ontvangen om alles wat er op ons pad komt, te kunnen dragen. Dat er meer vreugde dan verdriet mag zijn. Dat we allemaal vooral gezond mogen blijven (de kanker van onze zoon heeft nogal ingehakt op mijn moederziel), dat de mensen om me heen hun bestemming mogen vinden en daarin een weg om dit concreet te maken. Ik hoop dat de zon ons mag verwarmen dit komende jaar, dat er dagen vol onbezorgdheid zullen zijn. Ik wens wijsheid op die momenten die te erg zullen zijn om met woorden te vangen. Ik wens stilte om weer bij m’n eigen kern uit te kunnen komen en vriendinnen om me heen om mee te schaterlachen.
En ik wens dat iedereen zijn eigen licht en kracht mag ontdekken.

Nou ja….nu ik m’n wensen zo teruglees, is dat ook weer niet bepaald saai te noemen… 😉