En weer doorrrrr! 2

Maandagochtend haalde ik nog opgelucht adem. Er kon tot zaterdagavond 20.55 uur – het moment dat de dochter naar Melbourne vertrekt – weinig meer mis gaan, zou je zeggen.

Zou je zeggen ja.

En dus concentreerde ik me op een volle en hele drukke werkweek die voor de boeg lag. Iedere dag 1 of 2 cliënten, dus dat is het fijn dat ik weet dat de dochter haar koffer pakt, de laatste dingen regelt, zorgt dat alle kleren schoon mee gaan enz.
Vorige week zei ik in een goede bui: ‘Weet je wat je doet? Ga nog maar even lekker naar de kapper dan hoef je je daar in Australië het eerste half jaar geen zorgen om te maken.
Die kans greep ze met beide handen (achteraf iets te gretig, besef ik nu) aan. Op moeders kosten naar de kapper, welke dochter wil dat nou niet?

Sta ik maandagmiddag om half 5 in de keuken, komt daar de dochter aan met haar jas over haar hoofd. Dat doet ze dus altijd als ‘het kapsel’ een verrassing moet zijn.
Ik deed de deur open en daar zag ik tot mijn afgrijzen een roze pluk haar.
‘Gottegot’, dacht ik nog, ‘het wicht heeft een roze pluk haar in d’r haar.’
Toen trok ze haar jas van d’r hoofd en ik dacht werkelijk waar dat de grond onder m’n voeten wegzakte.
Een.Heel.Roze.Hoofd stond er voor me. Tenminste, in mijn beleving was het gansch roze.
Ik kreeg een paniekaanval en hartverzakking in één.
Haar reactie was dat mijn reactie ‘vreselijk over the top’ was, maar ik hád het niet meer. Ik zag direct een probleem opdoemen bij haar gastgezin die een fatsoenlijke jonge dame hebben uitgekozen met mooie, lange, blonde lokken. En zie hier: een hoofd vol roze strepen!
Toen de dochter weer even naar de schuur liep, schreeuwde ik naar de zolder waar de Man nietsvermoedend verbleef: ‘Ze heeft ROZE haar!’, maar hij dacht: ‘Het zal zo’n vaart niet lopen.’
Nee nee…

De reactie van m’n zus op mijn hysterische app mededeling was: ‘Ja, dááág! Laat eerst maar een foto zien.’
Die foto kreeg ze…

Dus in plaats van een rustige week bijkomen, werd het: overleggen met het gastgezin of ze dit niet erg vinden. En gelukkig: ze vinden het niet erg. De moeder had vroeger zelf ook alle kleuren van de regenboog in d’r haar. Ja, fijn om te weten… straks zie ik foto’s uit Australië van een my little pony voorbijkomen..

Inmiddels is de rust weer enigszins teruggekeerd, vind ik de roze kleur nog steeds afschuwelijk en zonde van haar blonde haar, maar goed, ’t is een jonge meid en voordat ze weer naar huis komt volgend jaar, is die kleur allang weer verdwenen!

Nog 2 nachten. Dan kan ik achterover leunen en hopelijk opgelucht adem halen.

En weer doorrrrr!

Joehoe! Ik leef nog hoor!
Inmiddels zijn we een week na de operatie die goed verliep. De arts was in principe na 1 snijronde klaar maar heeft voor de zekerheid nog een extra laag weefsel weggenomen omdat de tumor wat diep naar binnen was gegroeid. Getverdérrie, dat wilde ik natuurlijk ook niet horen.
Dus wij: ‘hoppetee’ de zoon in de auto geladen en naar huis, alwaar hij figuurlijk omviel en helemaal niets meer kon hebben. Maar daarvoor was ie ook bij ons, hij hoefde niets te doen en kon (eindelijk) bijkomen van de emotionele rollercoaster van de afgelopen maanden.
Gelukkig knapte hij onder m’n moederlijke en nog immer aanwezige zorgen ook weer op en is hij donderdagavond weer naar zijn eigen huis gegaan.
1 kind weg, nog 2 te gaan.

Ondertussen was onze jongste zoon ook al met al ruim een week weer thuis. Hij verviel zonder enige vorm van moeite weer in het oude patroon waar hij zo fijn op groeit en bloeit in ‘hotel mijn moeder doet het wel’. Afijn, deze moeder deed het ook wel, ik was tenslotte toch aan het zorgen en vertroetelen van de oudste dus dat ging met jongste in één moeite door.
Gisteravond heeft de Man hem weer op de trein gezet naar Berlijn. We blijven natuurlijk niet aan de gang hè, met dat vertroetelen!
2 kinderen weg, nog 1 te gaan.

En dan heeft onze middelste – m’n favoriete dochter – een gezin in Melbourne (Australië) gevonden waar ze een jaar als au pair naar toe gaat. Aanstaande zaterdagavond vertrekt ze en als ze flink door zwemt, komt ze op maandagmorgen half 7 in Melbourne aan. Inmiddels is ze in alle staten van opgewondenheid want: ‘Wat moet ik aan in het vliegtuig zaterdag?, wat neem ik mee en wat niet?, wáár is m’n reserve bril?!, hoe moet het nu met… – en dan worden er 100 dingen opgenoemd die nog geregeld moeten worden -.
Zaterdagavond is het: 3 kinderen weg, oei…..leeg nest!
Wij kunnen dat, in 9 dagen tijd van een vol naar een leeg nest.
Ondertussen denk ik nog maar 1 ding: ‘Volhouden Mar!’ Volhouden tot zaterdagavond een uur of 7. Dan zwaai ik haar door de douane uit en zie ik haar over een jaar weer terug. Inmiddels merkte ik dit weekend de eerste barstjes in mijn eigen kracht en loopt mijn teiltje van gevoelens, emoties en dat wat er nog verwerkt moet worden, bijna over.

Maar redding is nabij! In mijn hele volle agenda van deze week zie ik allemaal lichtpuntjes van prachtige cliënten en besef ik dat ik nog steeds de mooiste baan heb die er is.
En dan ben ik blij en dankbaar.

Dankbaar dat we als gezin een heftige, maar ook een hele fijne en bijzondere week met elkaar hebben gehad waarin we, voorlopig voor het laatst, allemaal compleet waren. Het voelde op sommige momenten net als vroeger als we herinneringen ophaalden en moesten lachen om uitspraken die onze kinderen vroeger deden. We hebben gelachen, elkaar omhelsd, elkaar bemoedigd, succes gewenst, vastgehouden en uiteindelijk ook weer losgelaten. We kunnen ze loslaten omdat ze weten waar wij zijn als ze ons weer vast willen pakken en nodig hebben.

En dan gaan de Man en ik vanaf zondag eens ervaren hoe een leeg nest nou werkelijk aanvoelt.

 

Opgelucht

Het werd vanzelf 1 september. De dag dat onze zoon verwacht werd in een speciale kliniek waar ze hem gaan opereren. Dit omdat de wachtlijst in het LUMC ‘maar’ ruim een maand duurde en we daar natuurlijk niet op gaan zitten wachten. (Onbegrijpelijk trouwens dat zo’n academisch ziekenhuis voor dit soort zeldzame spoedgevallen een wachttijd van een week of 5 heeft.

Het was ook in die kliniek dat we voor het eerst sinds de (telefonische) uitslag een arts in de ogen konden kijken en onze vragen konden stellen.
Het komt er op neer dat de vooruitzichten goed zijn en dát is een pak van ons hart. Ze halen de tumor weg (‘ja, heel vervelend en heel zeldzaam en nee, nog nooit zo’n jonge patiënt als jij gehad met deze tumor’) en daarmee is de behandeling klaar.
Klaar? Ja, klaar.
Er schijnt geen nabehandeling in welke vorm dan ook nodig te zijn. Ik hoop dat het waar is, maar doordat er weinig literatuur en statistieken zijn, kan ik dat nergens nakijken dus dan ga ik er maar vanuit dat de arts gelijk heeft. Wat moet je anders?

Dit is écht van alle scenario’s die er vanaf 22 augustus de revue zijn gepasseerd verreweg de beste! We zeiden nog tegen elkaar: ‘Stel je voor dat ze het weghalen en daarmee ben je ook helemaal klaar, hoe fijn zou dát zijn!’, en nu is dat dus precies hoe het eruit gaat zien.
We zijn blij. De zoon is vreselijk opgelucht, maar ook moe en uitgeput en merkt dat het er nogal inhakt, op je 25ste horen dat je kanker hebt.
Na de operatie, volgende week maandag, gaat hij mee naar huis. Op die manier kan ik hem mooi in de gaten houden en voor hem zorgen. Dat ‘in de gaten houden’ ga ik hem natuurlijk niet vertellen, maar dat doe ik wel…🙂

En omdat onze jongste zoon het in Berlijn met dit nieuws ook zwaar had, zei zijn baas tegen hem: ‘Jij moet gewoon naar Nederland wanneer er zoiets als dit speelt’, en dus komt hij zaterdag voor een week hier naar toe. En waar slaapt ie? Juist ja: bij moeders.
Dat betekent dat ik volgende week maandag het huis vol heb.
Wat een mooie gelegenheid om hier als gezin samen doorheen te gaan en met elkaar hier over te kunnen praten, elkaar vast te houden, troosten, uit te rusten en weer kracht vinden om door te gaan.

We zijn er nog niet klaar mee dus, maar er is weer licht aan het eind van deze tunnel!

Uitslag

In het verlengde van mijn blogje op m’n werkgerelateerde blog, is het nu kennelijk dus niet de tijd om al te flink te hoeven zijn. Dat gevoel had ik maandagmiddag namelijk nog wel toen ik, net nadat een cliënt weg was, het appje van m’n zoon las: ‘Kan ik je bellen?’
Hij belde.

En toen veranderde ons leven voorgoed.

 

Ik merk dat ik nu geen idee heb hoe ik het volgende moet omschrijven omdat er zo veel, zo diep ervaren en gevoeld wordt. Ik ga het maar klinisch opsommen dus.
De zoon heeft kwaadaardige huidkanker. Maar: hij heeft ook nog eens een hele zeldzame vorm waar er wereldwijd maar 1000 gevallen van bekend zijn. Het heet ‘zweet.klier.huidkanker’.  Google je op dit woord, dan zul je niets vinden omdat het zo zeldzaam is en er in Nederland nog geen eenduidige naam door de artsen aan gegeven is (daarom ook mijn puntjes tussen de naam.) De Latijnse naam ga ik hier dus niet noemen, puur omdat ik niet wil dat de wereld, al googlelend op mijn blog terecht komt. Ik ben wel blond, en sinds maandag vreselijk verdrietig, maar niet gek.

Het gaat om een tumor die ontstaat in een zweetklier, meestal op het hoofd en in de meeste gevallen bij oude mensen. Mijn zoon is 25.
Dus: deze soort kanker is erg zeldzaam en in die zeldzaamheid is mijn zoon weer zeldzaam omdat ie nog zo jong is.
Hoe onzeker wil je het hebben?

Hij is gisteren in het MDO besproken en door mijn vorige baan als medisch secretaressen weet ik dat daar alleen de zware gevallen in besproken worden waarbij de arts nog niet precies weet wat de beste behandeling is. Hij weet al wel dat de behandeling overgenomen zal gaan worden door het LUMC en daar zal hij ook geopereerd worden en zal tijdens de ok al het weefsel door de patholoog anatoom gecontroleerd worden. Om er dan al zeker van te zijn dat de snijranden schoon zijn. Maar goed: we weten dus niet wanneer hij naar het LUMC kan, we weten niet wanneer hij geopereerd wordt en we weten, behalve deze uitslag, nog helemaal niets.
Ja, dat het een uiterst zeldzame vorm van kanker is en er bij ouderen beroerd uit ziet.
De arts zei tegen de zoon: je wordt volgende week weer gebeld, maar daar kwam toch iets van mijn karakter in die altijd aardige en vriendelijke zoon naar boven want hij antwoordde dat hij deze week al iets wil horen. Morgen belt hij zelf, als hij vandaag niets hoort.

En nu?
Geen idee dus nog, behalve dat wat ik al schreef. We verkeren in een zee van onwetendheid en er zijn talloze vragen die gesteld gaan worden als we tegenover de eerst volgende arts zitten. ‘We’ ja, want ik ga natuurlijk mee. Al moet ik er mijn cliënten voor om zetten in m’n agenda, dit gaat mijn zoon niet alleen doen.
Vrijdagavond komt hij even deze kant op en kan ik hem in zijn ogen kijken.
En vasthouden.

Heel lang vasthouden.

 

 

Spiegelen

Gisteren sprak ik een vriendin en vanmorgen kwam er een kennis op de koffie. En vanuit fatsoen komt dan de vraag ‘hoe is het met je?’, langs.
Tja, dat is nogal een dingetje, die vraag. Helemaal als mensen verwachten dat ik ga vertellen hoe fijn, ver en bruin m’n vakantie was (dat was het nl niet) terwijl er op dat moment gewacht wordt op een PA uitslag die me vertelt of m’n kind kanker heeft of niet. Dus dan haal ik diep adem en probeer tussen neus en lippen door te vermelden wat er aan de hand is. De meeste reactie die ik dan zie is een verschrikt gebaar van handen die voor monden geslagen worden. En het zijn juist die schrik reacties die me raken. Heel diep raken zelfs.
Ze raken me zo diep dat ik het laagje bescherming rond mijn hart voel smelten en ik wel heel diep moet zuchten om niet in huilen uit te barsten. Er ligt een zee van tranen die er op een moment dus nog wel uitgehuild zal moeten worden, vrees ik.
Het zijn ook de reacties die me echt doen beseffen dat het wel eens foute boel kan zijn en dat het krijgen van zo’n boodschap heavy shit is, zeg maar.

Hoe kan het dan, zo vroeg ik me af, dat het op sommige momenten lijkt of het niet tot me doordringt? Dat ik m’n ding doe, werk, boodschappen doe en me druk kan maken om het avondeten? Het is echt een overlevingsmechanisme om staande te blijven.
Er gaan de laatste weken emoties door me heen als paniek, angst, hoop en geruststelling. De laatste 2 alleen al omdat het niet te doen is om 2,5 week lang paniek en angst te handelen, plus dat ik dat gewoon niet alle ruimte wil geven. Omdat je met paniek en angst niets opschiet en omdat geen mens dat natuurlijk volhoudt.
En daarbij: je moet eerst een diagnose hebben voordat je weet welke zorgen je je echt moet maken of juist niet.

De reacties van anderen maken me dus duidelijk dat (zoals het ook bij rouw werkt) er dát aan gevoel/emotie/enz. naar boven komt wat ik op dat moment kan handelen. Dat betekent dat ik gewoon m’n werk kan doen en dit een heerlijke afleiding is. Het betekent ook dat er momenten zijn dat ik tegen de muur opvlieg en mijn lijf duidelijk laat merken dat het echt een spannende tijd is doordat ik overal pijntjes heb.
Dus hoewel er aan de buitenkant niet zoveel te zien is aan me, gebeurt er van alles binnen in me.

De reacties van anderen stelt me ook gerust. Het zijn die reacties die me vertellen dat het helemaal niet raar is dat ik voel wat ik voel en dat het heftig is om hier doorheen te gaan. (Ik denk namelijk dat ik altijd alles moet kunnen enzo..)
En zo zie je maar weer dat ook ik maar een doodgewoon meisje ben.
Gelukkig maar…🙂

Even zeuren

Mag ik even zeuren?
En als dat mag, mag ik me dan ook even irriteren aan al die moeders die hun kinderen in een straal van 25 km om zich heen hebben wonen? Die lekker kunnen winkelen met ze, straks op de kleinkinderen passen en die kinderen gewoon gezellig kneuterig regelmatig zien en dan hop!, gaan die kinders weer naar hun eigen huis, zonder dat ze meteen een weekend blijven slapen en meteen weer terugvallen in hun oude patroon: ‘als we thuis zijn doen pa en ma álles voor ons’.

Laat het duidelijk zijn dat ik blij ben dat mijn kinderen hun vleugels uitslaan. Dat had ik als het prototype moederkloek 5 jaar terug nooit gedacht, maar ’t is goed dat ze het ouderlijk nest verlaten.
Dus toen de oudste zoon richting het westen van het land vertrok was dat even slikken, maar ala, als je een beetje door rijdt, ben je daar in 7 kwartier.
Ongeveer gelijktijdig kwam de dochter op het onzalige idee om te gaan backpacken in Australië. ‘No way’, spraken haar vader en ik luid en duidelijk. Ze was nogal kwetsbaar en wij zagen haar never nooit meer terugkeren uit de Australische bush en kangoeroo velden. Haar enkelblessure gooide 2 jaar lang deze plannen in de boom, dus ze zat stevig waar ze zat: thuis. Maar inmiddels is de enkel fonkelnieuw en kan ze er bijna alles weer mee, dus ze sprak in het voorjaar haar lange wens uit: ‘Ik wil als au pair naar Amerika.’
‘Goddank, dat is geen Australië’, dacht deze moeder en natuurlijk gingen we akkoord want ze was tenslotte 23 (inmiddels 24 sinds vorige week).
Eind van het liedje is dat die Amerikanen een enorm overschot hebben aan au pairs die zich aanbieden en valt het niet mee om daar aan de bak te komen.
Afgelopen week was ze het zat en nu is ze bezig om zich over te laten plaatsen naar

jawel…..

Australië.

Ze riep nog naar me: ‘Je zegt toch altijd ‘Follow your heart, it knows the way?!’, waarop ik antwoordde: ‘Geen sprake van, dat is de quote van je tante Soof die dit soort onzinnige uitspraken rondbazuint waar mijn dochter bij is.🙂
Maar goed, daar vindt ze waarschijnlijk (zegt men) snel een gezin omdat er weinig au pairs zijn en veel families die een au pair zoeken.
Potverdorie.

En dan hebben we natuurlijk nog onze jongste zoon. Hij wist bij z’n geboorte al niet hoe snel hij mijn buik moest verlaten en die onafhankelijkheidsdrang heeft hij nog steeds. Hij studeerde reeds in Engeland en Spanje en woont en werkt nu in Berlijn. Ook niet, zeg maar, naast de deur voor een kopje koffie. En meneer moet nog 22 worden..

Echt, ik vind het prima dat mijn kinderen uitvliegen en hun droom volgen en ik weet dat ik ze niet aan ketens vast kan leggen om ze bij me te houden. Dat zou ik oprecht niet willen.
Maar ik vind er soms geen reet aan als ik bedenk dat straks al m’n kinderen heel ver weg wonen. Straks zijn we oud, bejaard en versleten en wonen alle kinderen eindeloos ver weg.
Ik gun het ze.
Maar er zijn momenten dat ik het niet altijd leuk hoef te vinden.